Recap: On having too much to say

Print
Due to the fact that I failed to post a recap last month (I was a little too busy having a vacation) I am now stuck with having too much to write about. I have considered just writing about one subject this month and saving the others for later, but knowing myself I will have another (more up-to-date) subject to write about next month and the other subjects will never be addressed here again.

So I’ve decided to write a collection of tiny columns this month. Because I simply have a lot to say. Here we go:

On taking a break.
I never thought I could do it: not working for five weeks. Of course I knew I needed a break after working more than full-time for a loooong time, but I simply could not imagine myself not working. At all. Because even when I’m asleep, I dream about working. True story.
But to my great surprise, the ‘not working’ part was actually fairly easy. I was so busy with mentally digesting all the new impressions, the beautiful nature and the wonderful culture that I didn’t even think about working. Except for when ideas just came stumbling into my head occasionally. Like the vacation put a door ajar in my head through which all of my locked up ideas could escape now that there was the space in my head to do so.
Even in art school, people always said that it was good to take a break sometimes but to be honest, I’ve always been kind of afraid to just leave everything and go enjoy myself. Now that I’ve done that for the first time, I realize how good it can be for me (and thus my business) to just let go every once in a while and be my personal-self instead of my entrepreneur-one.

On falling in love.
Oh boy, did I fall in love. Although I kinda knew it would happen, I never thought it would feel this way. Because I fell in love with the States. With it’s nature because it is so very different from what we have here in The Netherlands. With it’s wildlife because I wish I could see elk and hummingbirds and mountaincats every single day. With it’s culture because I am convinced I was made to drink drive-through coffee all day and eat the biggest breakfasts available. With it’s cities because I was never a small-town gal.
And I didn’t know it could happen, but I even fell more in love with John. On the day we went to Death Valley I was a little cranky because I was simply afraid we would not make it out alive seeing as it was 121 degrees and warning signs in the park told us it was dangerous to even get out of the car let alone stroll around (not that you’d want to, because you sort of melted outside). Did you know I can be a Drama Queen sometimes?
Anyway, we didn’t exchange a lot of words that day and we stopped to have pizza in Furnace Creek (a small ‘town’ in Death Valley National Park). The pizza place was the first venue where we actually saw a jukebox (I’m obsessed with jukeboxes, you should know that by now). It was an MP3-player-modern-kind-of-jukebox, (whereas we’d love to see a metal one playing vinyl), but hey; a jukebox is a jukebox. I inserted a dollar to make it play ‘our song’. We looked at each other and we ate our pizza crying. We don’t need words. All we need is each other.

On coming home.
And then there is coming home. And although I had been looking forward to coming home, it’s hard. The first week was alright. I got to see all of my family and friends again, who I had missed a lot of course. There were a few things that came on my path business-wise during our vacation so I was pretty busy with getting these things straightened out during that first week home. But then comes the second week. The most urgent e-mails had been sent. My Etsy shop had been reopened. Invoices were mailed. Then comes the time that you realize that it’s over. And I don’t mean to be a crybaby, but I’m having a really hard time settling in again. I miss everything about our roadtrip. The environment, the having-John-around-all-the-time. Even the not-working.

On living in the most boring country in existence. Sorry Holland.
Being home comes with a lot of things I now notice about my country that I had never noticed before. For one (without trying to insult anyone here): Dutch people are not very nice. When I bump into someone at a supermarket, the regular Dutchman just looks at you like you’re actually, truly, no really, the most annoying person they have encountered that day, whereas most Americans just say that it is not a problem at all and even wish you a very nice rest of your day.
Second of all, in the States you can buy a patch of land and put a house on it. Any house. Any kind. Any color. YOUR house. How YOU like it.
If you try to paint your house, let’s say: pink, here in good old Holland, I will give it a week until neughbors, municipality and even police request that you paint your house a nice neutral colour. Just as Holland is; neutral.
I’ve got a ton more of these examples (which I will be happy to give you, if it weren’t for the fact that this recap is taking on the size of the regular American breakfast (which is huge)) but I think you get the picture with just these two.

But let me just do a tiny proposal to end this recap with. I propose we let go of the rules every once in a while. Paint that house a fluorescent yellow. Get out of that car in the middle of Death Valley and melt the soles of your shoes off. Stop working for a few days or weeks or months in a row without knowing what will happen. Because the most unexpected things in life are often the most precious ones.

 

Het feit dat ik er vorige maand niet aan toe ben gekomen om een column te plaatsen (ik had het een klein beetje druk met vakantie vieren) heeft er toe geleid dat ik nu dus teveel heb om over te schrijven. Ik heb overwogen maar één onderwerp te behandelen deze keer en alle onderwerpen te bewaren voor later, maar ik ken mezelf en ik weet dat ik volgende maand een ander (meer up-to-date) onderwerp heb om over te schrijven en dat alle andere onderwerpen op de plank blijven liggen. Om daar vervolgens nooit mee af te komen.
Dus ik heb besloten een verzameling van kleine columns te schrijven deze maand. Gewoon omdat ik veel te zeggen heb. Gaan we dan:

Over een pauze nemen.
Ik had nooit gedacht dat ik het zou kunnen: vijf weken lang niet werken. Natuurlijk begon het mij onderhand ook wel te dagen dat ik eens een pauze nodig had na laaaaaange tijd meer dan full-time gewerkt te hebben, maar ik kon mijzelf simpelweg niet niet-werkend voorstellen. Helemaal niet zelfs. Want ook al slaap ik; ik droom over werk. Echt waar.
Maar tot mijn grote verrassing was het ‘niet werken’ eigenlijk best wel makkelijk. Ik was zo druk met het mentaal verwerken van alle nieuwe indrukken, de prachtige natuur en de nog mooiere cultuur dat ik eigenlijk niet eens aan werken dacht. Behalve dan wanneer de ideeën zo nu en dan simpelweg mijn hoofd binnen kwamen struikelen. Alsof de vakantie een deur op een kier had gezet in mijn hoofd waar alle ideeën die voorheen zaten opgesloten nu naar buiten konden omdat er in mijn brein opeens weer ruimte voor was.
Zelfs op de academie zeiden mensen altijd dat het goed (en vooral belangrijk) is af en toe eens even een tijdje niet te werken, maar ik ben altijd een beetje bang geweest om gewoon alles te laten liggen en eens puur en alleen lol te maken.
Nu me dat voor de eerste keer is gelukt realiseer ik me hoe goed het voor mij (en dus mijn bedrijf) is om het gewoon allemaal eens los te laten en mijn persoonlijke-ik in plaats van mijn werk-ik te zijn.

Over verliefd worden.
Oh joh, ben ik even verliefd geworden. Hoewel ik van tevoren eigenlijk al wel wist dat dit zou gebeuren had ik nooit verwacht dat het zo zou voelen. Want ik werd verliefd op de ‘States’. Verliefd op zijn natuur omdat die zo onvergelijkbaar is met alles wat we hier hebben. Verliefd op zijn ‘wildlife’ omdat ik zou willen dat ik elke dag elanden, kolibri’s en poema’s kon zien. Verliefd op zijn cultuur omdat ik er van overtuigd ben dat ik gemaakt ben om de hele dag ‘drive-through’-koffie te drinken en de grootste ontbijtjes te eten die er bestaan. Verliefd op zijn steden omdat ik nooit een dorpsmeisje ben geweest.
En ik wist niet dat het kon gebeuren, maar ik ben zelfs nog verliefder geworden op John. Op de dag dat we naar Death Valley gingen was ik een beetje chagrijnig omdat ik simpelweg bang was dat we niet levend Death Valley zouden doorkomen. Het was 50 graden en verschillende waarschuwingsborden vertelden ons dat het gevaarlijk was de auto uit te komen, laat staan gezellig eens rond te wandelen (niet dat je dat wilde want je smolt zo ongeveer als je een voet buiten de auto zette). Heb ik al wel eens verteld dat ik een Drama Queen kan zijn?
Hoe dan ook, we zeiden niet veel tegen elkaar die dag en we stopten in Furnace Creek (een klein ‘dorpje’ in Death Valley) om pizza te eten. Deze pizzatent was de eerste plek waar we een jukebox tegenkwamen (ik ben geobsedeerd door jukeboxen, dat moet je nu onderhand wel weten). Het was weliswaar een modern MP3-ding (ik zie liever de oude metalen bakbeesten met vinyl erin), maar hey; een jukebox is een jukebox. Ik betaalde het ding een dollar om ‘ons liedje’ te spelen. We keken elkaar aan en aten beiden huilend onze pizza op. We hebben geen woorden nodig. Het enige wat we nodig hebben is elkaar.

Over thuiskomen.
En dan kom je dus weer thuis. En hoewel ik er echt naar uitgekeken heb om thuis te komen valt het me niet mee. De eerste week was wel te doen. Ik zag al mijn familie en vrienden weer (die ik uiteraard erg gemist heb). Er waren tijdens de vakantie een aantal dingen op mijn pad gekomen op werkgebied dus ik had best nog wat te doen om dat allemaal op de rails te krijgen toen ik eenmaal terug was. Maar toen kwam de tweede week. De meest dringende e-mail waren verstuurd. Mijn Etsy shop was weer open. Facturen waren de deur uit. En dan komt het moment dat je je realiseert dat het voorbij is. Ik wil geen mega huilebalk zijn, maar ik heb echt moeite met het ‘er weer inkomen’. Ik mis alles aan onze vakantie. De omgeving, het ‘altijd-John-om-me-heen-hebben’. Zelfs het niet-werken.

Over in het saaiste land ter wereld wonen. Sorry Nederland.
Het thuis zijn gaat gepaard met het feit dat ik allerlei dingen zie aan mijn thuisland die me eerder nog niet waren opgevallen. Bijvoorbeeld (sorry als ik hiermee iemand beledig): Nederlanders zijn eigenlijk helemaal niet zo aardig. Als ik hier in Nederland in de supermarkt per ongeluk tegen iemand aan bots dan kijkt de gemiddelde Nederlander me aan alsof ik serieus, nee maar ook echt heus waar de meest vervelende persoon ben die ze die dag zijn tegengekomen. De gemiddelde Amerikaan zegt dat het absoluut geen probleem is en wenst je nog een fijne dag ook.
Ten tweede: in Amerika kun je een lap grond kopen en daar een huis op bouwen. Elk huis. Elk formaat. Elke kleur. Hoe JIJ het wilt. Want het is JOUW huis.
Als je hier in Nederland probeert je huis, laten we zeggen: roze, te schilderen dan geef ik het een week. Een week voordat de buren, de gemeente en zelfs de politie je sommeren het weer een mooie neutrale kleur te verven. Want dat is Nederland. Lekker neutraal.
Ik heb nog een hoofd vol met dit soort voorbeelden (welke ik graag zou willen geven, ware het niet dat dit column het formaat van een gemiddeld Amerikaans ontbijt (lees; te groot) aanneemt), maar jullie snappen het aan de hand van deze twee ook wel.

Laat me nou eens een voorstel doen om dit column mee af te sluiten. Ik stel voor dat we die regels eens even lekker aan onze laars lappen zo af en toe. Verf dat huis fluorgeel. Stap uit je auto middenin Death Valley en laat de zolen onder je schoenen vandaan smelten. Stop gewoon eens voor een paar dagen, weken of maanden met werken en kijk wat er gebeurt. Want de meest onverwachte dingen in het leven zijn vaak de meest waardevolle.