Column: Zomer-herinnering voor Oh Marie!

Zomercolumn-Vera-Bertens_Foto

Jullie zijn van mij gewend dat ik elke laatste vrijdag van de maand een column schrijf. Deze maand is dat niet anders, maar de column is deze keer extra bijzonder. Ik schreef hem namelijk in opdracht van Oh Marie!. De lieve Marlous vroeg me of ik in het kader van het ‘tropenrooster’ op de Oh Marie! blog een column wilde schrijven over een favoriete zomerherinnering. Vandaag komt deze column online op de Oh Marie! blog en deel ik hem hier met jullie.

Zomerhuisje aan zee, maar dan anders.

Altijd wanneer mij wordt gevraagd naar een favoriete herinnering kan ik het niet helpen; ik grijp terug op één van de gelukkigste periodes in mijn leven. De periode dat mijn ouders net uit elkaar waren (nou is dat op zich niet bijzonder gelukkig, zoals je zult begrijpen) en mijn vader tijdelijk een houten chalet in de bossen huurde. Ondanks dat dus de aanleiding om er gedeeltelijk te wonen niet was om over naar (het ouderlijk) huis te schrijven, was het recreatiepark waar de houten kolos stond voor mij toen (ik was een jaar of zeven) een waar toevluchtsoord. Het was een nieuw begin.

Dat chalet was bijzonder pittoresk, gezellig en in de zomer voornamelijk bijzonder warm. En dat laatste is hetgeen waarover ik het wil hebben.

Want in de categorie zomer heb ik drie opties in de aanbieding; warm, heet en ‘niet te doen’. Het ‘chaletje’, zoals we ons tijdelijke onderkomen liefkozend noemden, viel overduidelijk in de laatste categorie. Als het zomer was, dan wilde je overal zijn behalve daarbinnen. Kwam je terug van een dagje uit, dan trof je de kaarsen slap hangend in hun kandelaars aan op het dressoir (zonder overdrijven). Airco was nog niet uitgevonden en ’s nachts lagen mijn zus en ik te smelten in ons stapelbed. ’s Morgens werden we wakker van het gekwetter van vogels. In de tuin van het chalet stond een pruimenboom. Aan de oogst van deze boom aten we ons misselijk. Na het avondeten maakten we een wandeling door de bossen en kwamen we ‘per ongeluk’ langs een camping met een snackbar die de beste jaren negentig naam ooit draagt: ‘Bulletje’. Bij Bulletje haalden we ’s avonds een ijsje of soms ’s middags een kroket en speelden we even in de speeltuin. Om vervolgens terug te keren naar het chalet en zelf gefrituurd te worden. Oh, de nostalgie.

Maar één van de beste herinneringen van de zomer in kwestie is misschien nog wel dat wat je ziet op de foto. Weer zo’n warme dag die alleen door te komen was buiten de vier houten muren van het chaletje. Pap knipte de heg, ik assisteerde door fris te drinken in de kruiwagen en aan te wijzen waar nog uitstekende takken gesnoeid dienden te worden. Ach, verschil moet er zijn. Je hebt werkpaarden en luxepaarden.

Tegenwoordig word ik wakker met het geluid van voorbij tuffende brommers die proberen de geluidsbarrière te doorbreken. De rust van het bos is in vrijwel alle aspecten van mijn leven ver te zoeken. Soms maak ik ‘ons wandelingetje’ nog wel eens. Dan stap ik Bulletje binnen en koop ik een ijsje. Ik kijk uit over de speeltuin en probeer te voelen ‘hoe het toen was’. Maar echt lukken doet dat niet. En eigenlijk is dat niet erg; een goede herinnering laat zich niet nabootsen of herhalen. Die wordt naarmate de tijd verstrijkt in je hoofd alleen maar beter.